Het naastenliefde-ding

Soms is het leuk om te denken dat ik goed ben in het naastenliefde-ding. Dit gebeurt vooral na een lange sessie aanbiddingsmuziek. Als ik eenmaal opgezweept ben door hetzelfde lied 54 keer te hebben gehoord, doe ik mijn oortjes uit en weet ik het zeker. “Dit is het! Ik ga Gods liefde aan de wereld laten zien! Ik ga dapper zijn en mooie dingen laten gebeuren. YAY!” Totdat ik me binnen no time realiseer hoe slecht ik er eigenlijk in ben.

Hoe liefdevol mijn voornemens ook zijn, ze lijken allemaal vergeten zodra ik ga reizen. `S ochtends op het station begint het al . Terwijl ik netjes sta te wachten voor de 2e klas-deur, zie ik mensen sneaky via de 1e klas-deur naar mijn coupé sluipen. Het liefst storm ik met mijn wachtende medereizigers als een SWAT team op ze af. Waag het is om mijn onbezette bank in te nemen! Wat mega asociaal! Ik probeer me nog pontificaal voor ze te wurmen, maar moet uiteindelijk toch plaats nemen naast iemand.

Waarom ik liever een tweepersoons zit voor mijzelf heb? Omdat de reiziger naast me op een stuk van mijn jas zit. Ik de krant niet meer wijd kan open slaan. Mijn tas opeens op schoot moet. En het ergste van allemaal: er is een kans dat ze gaan eten. Vroeg in de morgen zit ik niet te wachten op een boterham salami of een crunchy appel . Laat staan het eten als ik ’s avonds de trein terug pak. Medereizigers met een hele Burger King maaltijd op zak… GO AWAY! Valt het niet op dat heel de coupé half boos en half kwijlend naar je kijkt? Het saucijzenbroodje dat ik meeneem is daarentegen heel aanvaardbaar.

Grotendeels gekalmeerd spring ik na, laten we eerlijk wezen, een verschrikkelijke treinrit mijn fiets op. Nu heeft blijkbaar de helft van de stad besloten aan de verkeerde kant te gaan rijden. Overkomt mij dat ook nog. Met een felle, vastberaden blik in mijn ogen blijf ik stug door fietsen. Hoe dan ook zal ik over dit stukje weg gaan, jullie zoeken maar iets anders! Met een laatste schijnbeweging in hun richting hoop ik ze nog wat angst mee te geven. Dat zal ze leren.

Helaas gaat het echt zo – tot zover de liefdevolle christen in mij. Ik ben blij dat ook Paulus dit herkent. Hij zegt: “Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik” (Dit staat in de Bijbel in Romeinen hoofdstuk 7 vers 19). Ik wil het wel, het naastenliefde-ding, maar het lukt gewoonweg niet. Mij in ieder geval niet. Als ik echter de Heilige Geest in mij laat werken, zegt de Bijbel dat Hij mij zal helpen. Misschien word ik dan ooit nog een liefdevolle reiziger.

Lukt het jou altijd je naaste lief te hebben?

Deze post is geschreven door een Alpha – Youth content team member. Meer weten of ook teamlid worden? Lees hier meer.