En Hij zag dat het goed was…

Voor me fietste een jong blond meisje, een typisch puberbrein die druk bezig was met haar make-up en tegelijkertijd de benodigde aandacht aan haar telefoon gaf. Ze was voorzien van felroze uggs, met naast haar een vriendin die omringd was door een bontkraag.“Dat meen je niet! Gezoend met Achmed? Serieus?” waren ongeveer de woorden die het onderwerp van hun gesprek duidelijk maakten.

Haar Redbull blikje was voor de helft leeg en dit was een reden om haar vriendin een slok aan te bieden. Maar volgens puber 2 was ze teveel kilo’s aangekomen de afgelopen week, waardoor het blikje Redbull in de sloot terecht kwam. Nog geen 20 seconden later hoorde ik de blondine: “Ach kijk nou hoe cute! Die kleine eendjes!”. Die kleine onschuldige eendjes, die in dezelfde vijver zwommen als waar zij net haar Redbull blikje in had gedumpt.

Ik ben totaal geen milieu-activist en helemaal geen dierenvriend. Maar dit zette me aan het denken. Een meisje dat druk met zichzelf bezig is, maar toch die lieve eendjes opmerkt. Verder dacht ze niet, dat blikje energiedrank zat in de weg en moest weg. Zonder verder na te denken over die “cute” eendjes, verpestte ze een stukje van de natuur. Die natuur waar God zo z’n best op heeft gedaan, dacht ik.

Meteen voelde ik me schuldig dat ik gelijk zo slecht dacht over de puberale blondine. We zijn allemaal wel eens zoals een egoïstische puber, toch? Zelf ben ik wel eens net zo gemakzuchtig, soms is de beste manier niet altijd de snelste manier om van je troep af te komen. Een prullenbak staat soms net iets te ver weg, als ik geen mogelijkheid meer zie om m’n smaakloze kauwgom nog iets langer binnen te houden.

Nadenken over de gevolgen doe ik zelf ook niet altijd. Maar toch, ik hoop dat jij als je dit leest de volgende keer ook even wat langer nadenkt, net als ik. Ik zal niet afsluiten met een aanstellerige uitsmijter zoals een milieu-activist dat zo goed kan, maar met een toepasselijk bijbelvers:

“Genesis 1: 31 God bekeek alles wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zesde dag”.