Denken en geloven als een kind

Hanne staat op de camping met een heleboel kinderen. En daar leert ze te geloven als een kind!

Daar stonden we dan weer, als een typische Hollandse kampeerfamilie op een Zuid-Franse camping. In temperaturen die opliepen tot 35 graden werd de tent opgezet, de hangmat opgehangen, het kastje in mekaar gezet (altijd weer een buikpijn momentje), de waslijn gespannen tussen de bomen (yes we hebben schaduw!) en de luchtbedden opgeblazen. Nadat ik de ontdekking deed dat we dit jaar weer met een wc-rol over de camping mochten lopen (wat stiekem toch wel een ultiem vakantie gevoel teweeg brengt), ontdekte ik ook dat we ons bevonden op een kindercamping. Dit betekende dat we elke ochtend – nog voordat we de tent uitgebrand werden door de hitte – wakker gemaakt zouden worden door huilende/schreeuwende baby’s en kleuters.

Maar wat ik ook wist, is dat ik kinderen eigenlijk heel leuk vind. Dus zo erg was een kindercamping niet. Vanuit mn hangmat had ik ruim twee weken lang uitzicht op voorbij huppelende, eigenwijze, zingende, huilende en zorgeloze kinderen. Want dat is wat ik zo leuk vind aan kinderen: ze kunnen zo zorgeloos genieten, en zo gelukkig zijn met kleine dingen.

Mn buurmeisje huilde op een dag omdat haar slipper meegevoerd was met de rivier. Ja, dat is ook niet zo slim, met slippers de rivier in. Maar wist zij veel? Mama had d’r niets van gezegd, dus dan was er niks om bang voor te zijn. Ze was ontroostbaar, het waren d’r lievelingsslippers.

De volgende dag, tijdens een wandeling met mezelf langs de rivier, zag ik – ergens ver weg van de camping – een slipper liggen. Het zou toch niet waar zijn? Nee, er worden hier wel meer slippers verloren, het zou stom toevallig zijn als juist deze slipper van mn buurmeisje was. En bovendien, het was al ruim 24 uur geleden dat ik haar overstuur hoorde, dus de slipper zou ongetwijfeld al een kilometer of 10 hebben afgelegd. Toch nam ik de slipper mee, je weet maar nooit. En ja hoor, toen ik haar vroeg welk e kleur d’r slipper was, en ze het goede antwoord gaf, wist ze niet wat ze zag. Ik betwijfel of ik ooit nog nooit iemand zo blij kan maken met een slipper. Het leek wel alsof ze even alles om haar heen vergat, en ze straalde van oor tot oor. Na onsubtiel advies van haar moeder, bedankte ze me verlegen. Ze rende weg en kon niet wachten om het goede nieuws aan haar vriendinnetjes/tante/broertje te vertellen. Haar verloren slipper was teruggevonden.

En dat is waarom ik denk dat we veel van kinderen kunnen leren. Genieten van kleine dingen, even heel gelukkig worden en andere zorgen even vergeten. Maar daarbij ook, dat volledige vertrouwen op hun moeder. Zolang mama zegt dat het goed is, maken zij zich geen zorgen. Verder denken is niet nodig.

In de Bijbel in het boek Marcus kun je in hoofdstuk 10 vers 13 tot 16 het volgende lezen:

De mensen probeerden kinderen bij hem [Jezus] te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.

Als een kind openstaan voor het koninkrijk van God, hoe moet dat dan? Ik denk niet dat Jezus bedoelt dat we met z’n allen huppelend ‘lees je Bijbel, bid elke dag’ hoeven te zingen. Als we een kinderlijk geloof nastreven, vertrouwen we ons geheel toe aan God. Zoals een kind volledig op zijn/haar moeder vertrouwt (want zolang zij niks over die slipper zegt, kan er niks gebeuren toch?), zo kunnen wij volledig vertrouwen op God. Kinderen vertrouwen blind op hun moeder, wat mama zegt is simpelweg de waarheid en als ze bij mama zijn weten ze dat er niks kan gebeuren. Precies op die manier kunnen wij dus ‘openstaan voor het koninkrijk van God’, zoals dat in de Bijbel wordt gezegd.